De bekende Nederlandse poolvorser-archeoloog Louwrens Hacquebord en andere  wetenschappers hebben terug kunnen rekenen dat er voor het begin van de walvisjacht rond Spitsbergen en Groenland circa 50.000 dieren moeten hebben geleefd. Kijk je naar het enorme gewicht van een enkele walvis, dan komt deze populatie qua biomassa overeen met een 880.000 olifanten of tien miljoen runderen. De voedselkringloop in het Arctisch gebied moet er toen totaal anders hebben uitgezien dan tegenwoordig.

De walvisjacht is begonnen in de kustgebieden. De houten schepen van destijds konden eenvoudig in een fjord voor anker gaan. De IJswalvissen kwamen wel naar hun toe. De logge zware dieren konden makkelijker worden bejaagd dan andere walvissoorten zoals de veel snellere vinvissen. De IJswalvissen hadden verder voor de jager het grote voordeel dat ze, nadat ze waren geharpoeneerd niet naar de bodem zonken maar  door hun dikke speklaag bleven drijven. Daardoor konden de gedode dieren eenvoudig met roeiboten naar de traanovens op het strand konden worden gesleept. Nadat de IJswalvissen langs de kust waren weggevangen, verplaatste de walvisvangst zich meer naar de open zee en de rand van het pakijs. De walvissen werden nu aan boord verwerkt en de nederzettingen met traankokerijen op de wal raakten verlaten.

Nederland heeft tientallen jaren de walvisvaart rond Spitsbergen en Jan Mayen gedomineerd. Er waren jaren dat meer dan 200 Nederlandse walvisschepen afreisden naar het Noordpoolijs. Deze geschiedenis echoot nog na in de talloze Nederlandse geografische namen in het Noordpoolgebied. Naast Jan Mayen en Spitsbergen heb je bijvoorbeeld Amsterdam-eiland, de Hindelopenstraat, de Liefdeford en Uutkiek.

Bij de beëindiging van de commerciële walvisjacht halverwege de 20e eeuw was de populatie op de rand van uitsterven gebracht.
Recent worden rondom Spitsbergen weer vaker IJswalvissen waargenomen. Zeer opvallend zijn de twee waarnemingen van groepen van 80 tot 100 dieren vanaf het Nederlandse cruiseschip Plancius in juni 2015 en opnieuw in 2018 op vrijwel dezelfde locatie aan de rand van het ijs tussen Spitsbergen en Groenland. De vraag is of het toegenomen aantal waarnemingen ook een werkelijke toename van het aantal dieren vertegenwoordigd, of dat de dieren zich makkelijker laten zien door het opschuiven van de ijsgrens en het toegenomen aantal cruise-schepen dat er rondvaart.