IJswalvissen halen grote hoeveelheden CO2 uit de atmosfeer en leggen deze CO2 vast in de diepzee.
Berekend is dat één grote walvis daarbij net zo effectief is als 17 duizend volwassen bomen! (bron: IMF)

We weten dat er bij Spitsbergen en Groenland voor de walvisvaart meer dan 50.000 IJswalvissen leefden (het moet er hebben gekrioeld) en we schatten dat er nu nog een restpopulatie bestaat van 500 dieren.
Stel dat we door onze expedities de IJswalvissen en hun voortplantingsgebied optimaal weten te beschermen. Dan is een toename van de populatie met 10% per jaar te verwachten (vrouwtjes walvissen krijgen eens per drie jaar een kalf en ze kunnen meer dan 200 jaar oud worden).

Als we dat voor elkaar krijgen dan komt de groeicurve er uit te zien als in de grafiek hieronder. Het linker deel, de afname door de (met name Nederlandse) walvisjacht is het dramatische deel van de grafiek. Het rechter gedeelte is onze optimistische toekomst: de voorziene toename bij optimale bescherming.

Wanneer we vanaf nu de IJswalvis-populatie tussen Spitsbergen en Groenland heel goed beschermen dan zou er na 40 jaar, in 2060, weer een flinke populatie van 20.000 IJswalvissen kunnen rondzwemmen.
Uit onderstaande grafiek blijkt hoeveel dit betekent voor het klimaat wanneer we deze toename vergelijken met het planten van bomen.

Uit de grafiek blijkt dat die 20.000 extra IJswalvissen die er over 40 jaar weer kunnen zijn een vergelijkbaar effect op het klimaat hebben als de aanplant van 350 miljoen bomen!
De bescherming van de IJswalvis zet dus echt zoden aan de dijk bij het tegengaan van de opwarming van de Aarde. Bescherming van de IJswalvis is niet alleen van belang voor de IJswalvis zelf, maar ook voor ons mensen en voor de duurzame toekomst van onze planeet.

Maar hoe zorgen IJswalvissen voor het opslaan van CO2?
Dat doen ze als volgt. IJswalvissen hebben de grootste bek van alle diersoorten, tot wel vierenhalve meter groot. Met deze enorme bek zeven de walvissen miljarden kleine kreeftjes (copepoden oftewel roeipootkreeftjes) van een 1 millimeter en kleiner uit het water. Dit doen ze terwijl ze duiken naar een paar honderd meter diepte waar grote concentraties van die kreeftjes voorkomen. Wanneer de walvissen aan het oppervlak komen om te ademhalen, gebruiken ze die tijd aan het oppervlak ook om te ontlasten. Ze eten dus op grote diepte en poepen aan het wateroppervlak. Daarmee bemesten de walvissen het bovenste oppervlaktewater. Bij het licht van de zon in het zomerhalfjaar zorgt die extra walvismest in de bovenste waterlaag voor een enorme toename van planktongroei van in het water zwevende algen. De zee kleurt groen! Dat plantaardige plankton neemt grote hoeveelheden CO2 op dat steeds aangevuld wordt vanuit de atmosfeer en daar dus uit verdwijnt!

De extra algenmassa die door de walvismest is ontstaan wordt voor een deel weer opgegeten en gerecycled in de voedselketen. Maar een deel van de algen met hun ingevangen CO2 ontsnapt aan de voedselketen en zinkt naar de bodem van de diepzee. Dat neerdwarrelende planton wordt wel ‘marine snow’ genoemd. In de diepzee blijft de dode algenmassa met hun ingevangen CO2 voor honderden jaren of misschien wel duizenden jaren opgeslagen. Het vormt de basis voor nieuwe fossiele brandstoffen. Een klein beetje compensatie voor wat de mensheid in de laatste twee eeuwen aan olie en gas heeft opgebrand.

In onderstaande schema staat in drie stappen het mechanisme van de CO2-opslag door de IJswalvis uitgetekend. Dit mechanisme heet de Whalepump, oftewel de Walvispomp. IJswalvissen zijn echte climate-engineers. Die hebben we nu hartstikke hard nodig.

Help de IJswalvissen het klimaat te helpen
HELP MEE